23-12-16

leven na de dood

 

Ervaringen van een arts met het leven na de dood

Dr. Eben Alexander is neurochirurg en leerde tijdens zijn opleiding dat bijna-doodervaringen niet bestaan omdat er geen bewijs voor is en ze goed te verklaren zijn. De arts deed dat soort verhalen dan ook af als onzin, tot hij zelf in coma raakte. Nu weet hij het zeker: de hemel bestaat!

Pag. 1: Als neurochirurg geloofde ik niet in het fenomeen van bijna-dood-ervaringen. Ik ben opgegroeid in een wetenschappelijk milieu, als zoon van een neurochirurg. Ik volgde in mijn vaders voetsporen en werd academisch neurochirurg, gaf les aan Harvard Medical School en andere universiteiten. Ik begrijp wat er met de hersenen gebeurt als mensen bijna dood zijn, en ik had altijd geloofd dat er goede wetenschappelijke verklaringen waren voor de hemelse uittredingen buiten het lichaam beschreven door mensen die ternauwernood aan de dood ontsnapten.

De hersenen zijn een verbazend ingewikkeld maar bijzonder kwetsbaar mechanisme. Een kleine vermindering van de hoeveelheid zuurstof in de hersenen leidt direct tot een reactie. Het was geen grote verrassing dat mensen die ernstig trauma hadden opgelopen uit hun ervaringen terugkomen met vreemde verhalen. Maar dat wilde niet zeggen dat hun belevenissen echt waren.

Hoewel ik mezelf als een overtuigd christen beschouw, was ik dat meer in naam dan in praktijk. Ik had niets tegen mensen die wilden geloven dat Jezus meer was dan gewoon een goed mens dat had geleden onder de handen van de wereld. Ik leefde diep met hen mee die wilden geloven dat er ergens een God was die ons onvoorwaardelijk liefhad. Ik was zelfs jaloers op die mensen om de zekerheid die dat geloof ongetwijfeld bood. Maar als wetenschapper wist ik wel beter en geloofde er zelf niet in.

In het najaar van 2008, na zeven dagen in coma waarin het “menselijk” deel van mijn hersenen, de neocortex, inactief was, ervoer ik echter iets dat zo diepgaand was dat het me een wetenschappelijke reden gaf om te geloven in bewustzijn na de dood.

Ik weet hoe uitspraken als deze klinken in de oren van sceptici, dus vertel ik mijn verhaal met de logica en in de taal van de wetenschapper die ik ben.

Op een vroege morgen vier jaar geleden werd ik wakker met een gigantische hoofdpijn. Binnen een paar uur was mijn hele cortex, het deel van de hersenen waar gedachten en emoties zetelen en dat ons in feite menselijk maakt, gestopt met werken. Artsen in het Lynchburg General Hospital, Virginia, een ziekenhuis waar ik zelf als neurochirurg werkte, stelden vast dat ik op de een of andere manier een zeer zeldzame bacteriële meningitis had opgelopen die meestal jonggeborenen treft. E. colibacteriën waren doorgedrongen in mijn cerebrospinaal vocht en vraten mijn hersenen op.

Toen ik die morgen op de spoedeisende hulp kwam waren mijn kansen om te overleven in meer dan een vegetatieve staat al vrijwel nihil. Als snel daalden ze tot nul. Zeven dagen lang lag ik in een diepe coma, mijn lichaam reageerde niet meer, mijn hogere hersenfuncties waren volledig offline.nder bespreekt zijn ervaring op het wetenschapskanaal 'Through the Wormhole.'

Op de morgen van mijn zevende dag in het ziekenhuis, terwijl mijn artsen overwogen de behandeling te staken, gingen mijn ogen plotseling open.

Foto's: Patiënten verhalen ervaringen van het leven na de dood

 

‘Je hebt niets te vrezen.’ ‘Je kunt niets verkeerd doen.’ De boodschap vervulde me met een enorm, krankzinnig gevoel van opluchting. (Foto illustratie Newsweek; bron: Buena Vista Images-Getty Images)

Er is geen wetenschappelijke verklaring voor het feit dat, terwijl mijn lichaam in coma lag, mijn geest, mijn bewuste binnenste, leefde. Terwijl de neuronen van mijn cortex door de bacteriën waardoor zij waren aangevallen volkomen inactief waren geworden, reisde mijn hersenvrije bewustzijn naar een andere, grotere dimensie van het universum. Ik had nog zelfs nooit gedroomd dat een dergelijke dimensie kon bestaan en de oude ik van vóór de coma zou heel graag hebben uitgelegd dat dat gewoon onmogelijk was.

Maar die dimensie is er echt, in grote lijnen dezelfde als beschreven door talloze personen die bijna-dood-ervaringen en andere mystieke toestanden hebben beleefd. Hij bestaat en wat ik daar zag en leerde plaatste me letterlijk in een nieuwe wereld, een wereld waarin we veel meer zijn dan onze hersenen en lichaam en waar de dood niet het einde is van het bewustzijn maar eerder een hoofdstuk van een grote en ongelooflijk positieve reis.

Ik ben niet de eerste die bewijs heeft gevonden dat bewustheid ebstaat buiten het lichaam. Korte, schitterende glimpen van dit rijk zijn al zo oud als de geschiedenis van de mensheid. Maar voor zover ik weet is nog nooit iemand naar deze dimensie gereisd (a) terwijl hun cortex volledig down was, en (b) terwijl hun lichaam onder nauwkeurige medische observatie was zoals het mijne tijdens die zeven dagen van mijn coma.

Alle belangrijkste argumenten tegen bijna-dood-ervaringen zeggen dat deze ervaringen het resultaat zijn van minimaal, voorbijgaand of gedeeltelijk disfunctioneren van de cortex. Mijn bijna-dood-ervaring vond echter niet plaats terwijl cortex disfunctioneerde maar gewoon was uitgeschakeld. Dit blijkt uit de ernst en de duur van mijn meningitis, en uit de universele corticale complexiteit gedocumenteerd door CT scans en neurologisch onderzoek. Volgens de huidige medische kennis van de hersenen en de geest is het absoluut onmogelijk dat zelfs ik maar een vaag en beperkt bewustzijn heb kunnen ervaren tijdens mijn coma, en nog veel minder de zeer levendige en zeer coherente odyssee die ik beleefde.

Het kostte maanden om te begrijpen wat er met me was gebeurd. Niet alleen de medische onmogelijkheid dat ik bewust was geweest tijdens mijn coma, maar, belangrijker nog, de dingen die in die tijd gebeurden. In het begin van mijn avontuur was ik in een wolkige omgeving. Dikke, wattige, witroze wolken die scherp afstaken tegen de diepblauwzwarte lucht.

 

De geschiedenis herleven: het zoeken naar de betekenis van de het leven na de dood is zo oud als de mensheid zelf. In de afgelopen jaren heeft Newsweek talloze coverstories gepubliceerd over godsdienst, God en die zoektocht. Zoals Dr. Alexander zegt, het is onwaarschijnlijk dat we het antwoord tijdens ons leven zullen kennen, maar betekent niet dat we ophouden met vragen.

Hoger dan de wolken, onmetelijk veel hoger, vormden groepen transparante, doorschijnende wezens een boog in de hemel en lieten lange streamerachtige lijnen achter zich.

Vogels? Engelen? Deze woorden kwamen later naar boven toen ik mijn herinneringen opschreef. Maar geen enkele van deze woorden doet recht aan de wezens, die gewoon totaal anders zijn dan alles wat ik ooit op deze planeet heb gezien. Ze zijn meer geavanceerd. Hogere vormen.

Een geluid, een gigantisch en dreunend geluid als een glorieus gezang, kwam omlaag en ik vroeg me af of die gevleugelde wezens dat maakten. Toen ik er later over nadacht, bedacht ik me dat de vreugde van deze wezens, terwijl ze voorbij zweefden, zo sterk was dat ze wel geluid moesten maken, om die vreugde tot uiting te brengen. Het geluid was tastbaar en bijna even materieel als regen die je op je huid kan voelen maar die je niet nat maakt.

Zien en horen waren niet gescheiden daar waar ik nu was. Ik kon de visuele schoonheid van de zilverachtige lichamen van die schitterende wezens horen daarbover, en ik kon de aanzwellende, vreugdevolle perfectie zien van wat ze zongen. Het leek alsof je niet kon kijken of luisteren naar iets in deze wereld zonder er deel van uit te maken, zonder er op de een of andere mysterieuze manier deel van te worden. Alweer vanuit mijn huidige perspectief zou ik suggereren dat je in die wereld naar helemaal niets kunt kijken, want het woord “naar” zelf impliceert een scheiding die daar niet bestaat. Alles was apart, maar toch was alles deel van al het andere, zoals de rijke, in elkaar grijpende patronen op een Perzisch tapijt ... of van de vleugel van een vlinder.

En wordt nog vreemder. Het grootste deel van mijn reis werd ik vergezeld door iemand. Een vrouw. Ze was jong en ik herinner me in detail hoe ze eruit zag. Ze had hoge jukbeenderen en diepblauwe ogen. Goudbruine vlechten omkransten haar mooie gezicht. Toen ik haar voor het eerst zag reden we samen op een oppervlak met een ingewikkeld patroon, dat ik later herkende als de vleugel van een vlinder. Er waren miljoenen vlinders om ons heen, grote fladderende golven vlinders, die de bossen in doken en dan weer rondom ons kwamen fladderen. Het was als een rivier van leven en kleuren die door de lucht bewoog. De kleding van de vrouw was eenvoudig, als een boerin, maar de kleuren, poederblauw, indigo en zacht oranje-perzik, waren van eenzelfde overweldigendheid, zeer levendig, net als al het andere. Ze keek naar me met een blik die, als je hem vijf seconden zou zien, je hele leven tot op dat moment de moeite waard zou maken, wat er ook tot dan toe was gebeurd. Het was geen romantische blik. Het was geen blik van vriendschap. Het was een blik die op de een of andere manier verder ging dat dat, verder dan alle soorten liefde die we hier op aarde hebben. Het was iets groters, iets was al die andere soorten liefde omvatten en toch veel meer dan dat alles samen.

Ze sprak tegen me zonder woorden. De boodschap was als een wind die door me heen blies en ik begreep direct dat het waar was. Ik wist dat net als dat ik wist dat de wereld om ons heen echt was, en geen fantasie, voorbijgaand en onsubstantieel.

De boodschap was driedelig en als ik ze in aardtaal moest vertalen zou ik zo ongeveer zeggen:

“Je wordt voor altijd hartstochtelijk liefgehad.”

‘Je hebt niets te vrezen.’

‘Je kunt niets verkeerd doen.’

De boodschap vervulde me met een gigantisch, krankzinnig gevoel van opluchting. Het was alsof ik de regels kreeg van een spel dat ik mijn hele leven al had gespeeld zonder het echt te begrijpen.

“We laten je hier veel zien,” zei de vrouw, weer zonder woorden te gebruiken maar door de conceptuele essentie direct in mij over te brengen. “Maar je gaat uiteindelijk terug.”

Daar had ik maar één vraag op.

Terug waarheen?

Het universum zoals ik het in mijn coma ervaarde is ... hetzelfde waarover Einstein en Jezus spraken op hun (zeer) verschillende manier.

 

Er stond een warm briesje, zoals op een perfecte zomeravond, een wind, die de bladeren van de bomen deed ruisen en langs stroomde als hemels water. Een goddelijke bries. Hij veranderde alles, de wereld rondom me ging over op een nog hogere octaaf, een hogere trilling.

Hoewel ik nog weinig taalfunctie had, zoals we dat op aarde bezien, begon ik woordloos vragen te stellen aan deze wind, en aan het goddelijke wezen dat ik erin of erachter bezig voelde.

Waar is dit?

Waar ben ik?

Waarom ben ik hier?

Elke keer als ik in stilte een van deze vragen stelde, kwam het antwoord onmiddellijk in een explosie van licht, kleur, liefde en schoonheid die als een golf door mij heen voerde. Wat belangrijk was over deze golven, was dat ze niet gewoon mijn vragen wegvaagden. Ze gaven antwoord, maar op een manier die de taal voorbij gaat. Gedachten drongen direct in mij door. Maar dat waren geen gedachten zoals we die op aarde kennen. Het was niet vaag, immaterieel of abstract. Deze gedachten waren solide en onmiddellijk, heter dan vuur en natter dan water, en terwijl ik ze ontving begreep ik onmiddellijk en moeiteloos concepten die me in mijn aardse leven jaren zouden kosten om volledig te begrijpen.

Ik bewoog voorwaarts en ging een immense leegte binnen, volledig donker, onmetelijk groot maar ook heel vertroostend. Het was pikdonker maar toch overlopend van licht: een licht dat van een schitterende hemelbol leek te komen die ik vlakbij me voelde. De bol was een soort “tolk” tussen mij en deze grote aanwezigheid rondom me. Het was alsof ik geboren werd in een grotere wereld, en het universum zelf was als een gigantische kosmische baarmoeder, en de hemelbol (die naar mijn gevoel verbonden was met, of zelfs één was met de vrouw op de vlindervleugel) leidde me erdoorheen.

Later, toen ik terug was, vond ik een citaat van de 17e eeuwse christelijke dichter Henry Vaughan dat deze magische plek min of meer beschreef, deze enorme, inktzwarte kern, waar het goddelijke zelf huisde.

“Er is volgens sommigen in God een diepe maar schitterende donkerte...”

Dat is precies wat het was: een inktzwarte donkerte die overliep van licht.

Ik weet heel goed hoe buitengewoon, hoe totaal ongelooflijk dit allemaal klinkt. Als iemand, zelfs een arts, me zo’n verhaal had verteld, had ik dat zeker afgedaan als een waanvoorstelling. Maar wat mij overkwam was absoluut geen waanvoorstelling, het was echt, nog echter dan al het andere in mijn leven. Inclusief mijn trouwdag en de geboorte van mijn twee zoons.

Wat me overkwam vraagt om een verklaring.

Moderne natuurkundigen zeggen dat het universum een eenheid is, onverdeeld. Hoewel we in een wereld vóór scheiding en verschil lijken te leven, zeggen natuurkundigen dat onder het oppervlak alle voorwerpen en gebeurtenissen in het universum met elkaar zijn verweven. Er is geen echte scheiding.

Vóór mijn ervaring waren dit abstracties. Nu is het realiteit. Niet alleen is het universum een eenheid, maar het wordt ook gekenmerkt door liefde, dat weet ik nu. Zowel geschokt en vol vreugde heb ik begrepen dat het universum zoals ik het in mijn coma ervaarde hetzelfde is waarover Einstein en Jezus spraken op hun (zeer) verschillende manier.

Ik ben tientallen jaren neurochirurg geweest in een van de meest prestigieuze medische instituten van Amerika. Ik weet dat veel van mijn collega’s, net als ikzelf vroeger, de theorie aanhangen dat de hersenen, en vooral de cortex, bewustzijn genereert en dat we leven in een universum zonder enige emotie, en zeker geen onvoorwaardelijke liefde die God en het universum, zoals ik nu weet, ons toedragen. Maar dat geloof, die theorie ligt nu in stukken aan onze voeten. Wat mij overkwam vernietigde dat geloof, en ik ben van plan om de rest van mijn leven te besteden aan het onderzoeken van de ware aard van bewustzijn en het feit dat we meer, veel meer zijn dan onze fysieke hersenen zo duidelijk mogelijk te krijgen, voor mijn collega-wetenschappers en alle mensen.

Ik verwacht niet dat dit gemakkelijk gaat worden om de bovengenoemde redenen. Als het bouwwerk van de oude wetenschappelijke theorie scheuren begint te vertonen, wil niemand dat zien in het begin. Het oude bouwwerk kostte zoveel tijd om te bouwen en als het instort, moet er een heel nieuw bouwwerk worden gebouwd.

Dit begreep ik uit de eerste hand toen ik me goed genoeg voelde om terug te keren in de wereld en met anderen te praten over wat er met me was gebeurd, anderen dan mijn vrouw Holley, die zo heeft geleden, en onze twee zoons. Blikken van beleefd ongeloof, vooral onder mijn medische vrienden, deden me realiseren wat ik een moeite zou hebben om mensen te doen begrijpen wat voor iets geweldigs ik had gezien en ervaren in de week dat mijn hersenen waren uitgeschakeld.

Een van de weinige plekken waar ik weinig moeite had met mijn verhaal was een plek waar ik vóór mijn ervaring nauwelijks kwam: de kerk. De eerste keer dat ik een kerk binnenging na mijn coma, zag ik alles door een nieuwe bril. De kleuren van de gebrandschilderde ramen herinnerden me aan de heldere schoonheid van de landschappen die ik in die andere wereld had gezien. De diepe bastonen van het orgel deden me denken hoe gedachten en emoties in die wereld als golven zijn die door je heen gaan. En, vooral, het schilderij van Jezus die het brood breekt met zijn discipelen riep de boodschap op die de kern was van mijn reis: dat we worden liefgehad en onvoorwaardelijk aanvaard door een God die nog groter en glorieuzer is dan de god waarover ik als kind op zondagschool leerde.

Tegenwoordig denken veel mensen dat de levende spirituele waarheden van de godsdienst hun kracht hebben verloren en dat de wetenschap, niet het geloof, de weg naar de waarheid is. Voor mijn ervaring had ik sterk de indruk dat dit zo was.

Maar begrijp ik dat dit idee veel te simpel is. Een feit is dat het materialistische beeld van lichaam en hersenen eerder producenten dan voertuig zijn van het menselijk bewustzijn, is gedoemd is te verdwijnen. Daarvoor in de plaats komt een nieuw beeld van geest en lichaam, het is er eigenlijk al. Deze visie is zowel wetenschappelijk als spiritueel en gaat voor wat de grootste wetenschappers van de geschiedenis zelf altijd boven al hebben gesteld: de waarheid.

 

Proof of Heaven door Eben Alexander, M.D. Uit te geven door Simon & Schuster, Inc.. Copyright (c) 2012 Eben Alexander III, M.D.

Het zal tijd kosten dit nieuwe beeld van de realiteit te vormen. Het zal niet tijdens mijn leven voltooid zijn, denk ik, en ook niet dat van mijn zonen. De werkelijkheid is zo enorm, zo complex, en zo onmetelijk mysterieus dat een volledig beeld misschien nooit compleet zal zijn. Maar in essentie toont het het universum als een zich ontvouwend, multidimensionaal geheel, bekend tot het kleinste atoom aan een God die meer en sterker om ons geeft dan een ouder ooit een kind kan liefhebben.

Ik ben nog steeds net zo zeer arts en wetenschapper als vóór mijn ervaring. Maar diep in mijn binnenste ben ik anders dan voorheen, omdat ik een glimp heb opgevangen van die nieuwe beeld van de werkelijkheid. En geloof maar als ik zeg dat het alle werk waard is dat wij en degenen die na ons komen moeten verzetten om het beeld goed te krijgen.

 

love-heart-cloud-1920x1200 (1).jpg

 

Bron: http://www.thedailybeast.com/newsweek/2012/10/07/proof-of...

 

 

 

10:40 Gepost door Lucie in Geestelijke verhalen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Feest van vrede, feest van licht, feest van vreugde, vergezicht. De redding van jou hart en ziel en vrede. Gezegende feestdagen. groet Patricia. Wenst u blog contact reageer op tegen bezoekje

Gepost door: Patricia | 23-12-16

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.