30-03-15

Waarom..

Scannen[1].jpg

Waarom leven honden korter dan mensen?

Antwoord van een 6-jarig jongentje...

"als dierenarts werd ik op een dag geroepen om een hondje van 13 jaar te onderzoeken dat Belker heette. De familie van de hond Ron, zijn vrouw Lica en hun kleine Shane, waren dol op Belker en hoopten op een wonder.

toen Belker onderzocht kwam ik erachter dat hij niet meer te genezen was. Ik vertelde de familie dat ik niets meer voor Belker kon doen en bood aan om zijn lijdingsweg te verkorten door hem te euthanaseren.

De volgende dag toen Belker gebracht werd door zijn familie, voelde ik een brok in mijn keel. Kleine Shane oogjes rustig, hij aaide de hond een laatste maal en ik vroeg mij af of hij  wel besefte wat er gebeurde. Na een paar minuten viel Belker in slaap om nooit meer wakker te worden.

De kleine jongen leek de overgang van Belker zonder moeite te doorstaan. We vonden het allemaal heel erg en vroegen ons hardop af waarom het eigenlijk zo is dat honden zoveel korter leven dan de mens.

Shane, die oplettend naar ons had geluisterd zie: " ik weet waarom."

Hij zei; " De mensen komen op de wereld om te kunnen leren hoe zij een goed leven leiden, hoe te houden van hun medemens en tegelijkertijd een goed persoon te zijn. Ja toch?

Nou...omdat honden al weten hoe zij dit moeten doen hebben zij minder tijd nodig op deze aarde dan wij.

 

De moraal van dit verhaal:

-Als een hond jouw leraar was, zou je de volgende dingen doen;

- Als je geliefde thuis komen, ren altijd naar de deur om ze te begroeten.

-Laat nooit een kans schieten om een wandeling te maken.

-Laat de ervaring van een frisse bries in je gezicht je in extase brengen.

- Doe middagdutjes.

-Rek je eerst uit voordat je opstaat.

-Ren, huppel en speel dagelijks.

- Verbeter je aandacht en sta een aanraking toe.

-Probeer te voorkomen dat je moet bijten wanneer een grom voldoende zal zijn.

- Op hete dagen: ga gestrekt op het gras liggen, met je benen wijd.

- als het erg warm is, drink veel water en ga in de schaduw van een boom liggen.

- Als je gelukkig bent, dans in het rond en beweeg je hele lichaam.

- Geniet dagelijks van de eenvoudige vreugde van een lange wandeling.

- Wees trouw.

- Doe je nooit voor als iemand die je niet bent.

- Als iemand een slechte dag heeft, hou je dan stil, ga zachtjes dichtbij diegene zitten en laat weten dat je er bent.

Diana Hoekstra

Dogsforum.

 

14:09 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-03-15

Een....

images4L2XZ8Q6.jpg

Een doosje met kusjes

 

Enkele jaren geleden bestrafte een vader zijn vijfjarige dochtertje omdat zijn overvloedig gebruik had gemaakt van mooi verguld papier om een cadeautje in te pakken. Geld was er niet in overvloed en hij was boos omdat zijn dure papier zomaar had gebruikt. De volgende bracht het meisje het verguld ingepakte cadeautje naar haar vader en zei: " Hier papa, dit is speciaal voor jou" met stomheid verslagen en aangegrepen door het voorval betreurde de vader zijn woede- uitbarsting van de vorige dag. Zijn dochtertje aanvaarde zijn excuses maar al te graag, en nieuwsgierig opende hij de doos en ontdekte dat er helemaal niets inzat.

Hij schreeuwde tegen haar: " weet je dan niet dat het heel wreed is om iemand een lege dood te geven. er moet altijd een cadeautje in zitten" Het meisje kreeg tranen in haar ogen en zei " Maar papa de doos is niet leeg, ik heb haar gevuld met heel veel kusjes, alleen voor jou. De vader was volledig van de kaart en omarmde zijn dochter liefdevol, hopend zij hem ooit zijn boze reatie zou kunnen vergeven. enige tijd later, werd het meisje getroffen door een ernstige ziekte en stief.

De vader heeft het doosje nog steeds bij zich, dicht bij zijn bed, en elke keer als zijn verdriet hem teveel is, pakt hij het doosje neemt er een verbeelde kus uit en herinnert zich de liefde die zijn dochter in haar cadeau had gestoken.

17:35 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-03-09

Een jongetje

!cid_001d01c814ca$d72a6bd0$9900a8c0@acer4ijnidsf7i

Een jongetje keek ooit een keer naar zijn oma die een brief aan het schrijven was.
Op een gegeven moment vroeg hij: ‘ Oma, schrijf je een verhaaltje over wat we samen hebben meegemaakt ?’
Of schrijf je misschien een verhaaltje over mij ?’
Zijn oma stopte met haar brief en glimlachte, en zei: ‘Ik schrijf inderdaad over jou.
Maar belangrijker dan de woordjes die ik schrijf, is het potlood waarmee ik schrijf.
Ik zou willen dat je later, als je groot bent, net zoals dit potlood wordt.’

Het jongetje keek nieuwsgierig naar het potlood, maar kon er niets bijzonders aan ontdekken.
‘Maar het is een gewoon potlood, niets speciaals !’

‘Het is maar hoe je ernaar kijkt.
Het potlood heeft vijf bijzondere dingen die jou tot iemand zullen maken die altijd in vrede zal leven met de wereld:

Ten eerste: Je zult misschien de grootse daden verrichten, maar je mag nooit vergeten dat er een hand is die jou leidt.
Deze hand noemen we God, en Hij zal je altijd leiden volgens Zijn wil.

Ten tweede: Af en toe moet ik stoppen met schrijven, om de punt te slijpen.
Daardoor heeft het potlood een beetje pijn, maar het wordt er scherper van.
Dus je moet wat pijn kunnen verdragen, het maakt je tot een beter mens.

Ten derde: Als je met een potlood schrijft, kun je altijd uitgummen wat je schreef.
De les is dat corrigeren wat we gedaan hebben niet slecht is, maar belangrijk om rechtvaardig door het leven te kunnen gaan.

Ten vierde: Het belangrijkste van het potlood is niet het hout of de buitenkant, maar het grafiet dat erin zit.
Dus wees steeds bezorgd om wat er binnen in je gebeurt.

Ten slotte wat een potlood bijzonder maakt: hij laat altijd een spoor achter.
Besef goed dat alles wat je in je leven doet, sporen zal achterlaten en probeer je daar voortdurend van bewust te zijn

P. Coelho

15:06 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-03-09

De berg van waarheid.

081102_nienke_bergen

Er stond een prachtige berg op aarde met een bord: 'Zoek en vind de waarheid'.
Mensen die het lazen liepen en klommen vol goede moed naar boven.  
Een ieder dacht dat alleen zijn of haar pad de ware en enige weg naar boven was.
Ze hadden vaak geen idee want de paden kruisten elkaar niet. Sommige klommen in groepen anderen liepen alleen.

Maar de berg was hoog en machtig en velen besloten terug te gaan of hun tenten halverwege op te slaan. 
Slechts een enkeling klom hoger en hoger en zag verwonderend, dat bovenop de berg vele wegen naar de zelfde top leidde.

07:58 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-03-09

De vrouw

wc_filewrapper

Toen God de vrouw schiep was Hij al zes dagen aan het werk. Er verscheen een engel die zei: "Waarom spendeert u zoveel tijd aan dit model?"

 En de Heer antwoordde: "Heb je al gezien aan welke voorwaarden ze moet voldoen? Ze moet helemaal te wassen zijn, 200 beweegbare delen hebben die allemaal te vervangen zijn, een schoot hebben waar vier kinderen op kunnen zitten, een kus die alles kan genezen, van een geschaafde knie tot een gebroken hart EN ze mag maar een paar handen hebben."

De engel was overweldigd door alle voorwaarden: "Een paar handen! Niet te geloven! En dat is het standaard model? Dat is teveel werk voor 1 dag. Neem op z'n minst morgen erbij om het af te maken."

"Maar dat gaat niet," zei de Heer. "Ik ben bijna zover, ik heb deze creatie die zo dicht bij mijn hart ligt bijna afgerond. Ze geneest zichzelf als ze ziek is EN werkt 18 uur op een dag.

"De engel kwam dichterbij en raakte de vrouw aan. "Wat heeft U haar zacht gemaakt Heer." "Ze is zacht" zei de Heer, "maar ik heb haar ook hard gemaakt. Je hebt geen idee wat zij kan doormaken of voor elkaar kan krijgen."

"Kan ze ook nadenken?" vroeg de engel. De Heer antwoordde: "Ze kan niet alleen nadenken, ze is ook in staat om zaken te beredeneren en te onderhandelen."

Toen viel de engel iets op, hij raakte de wang van de vrouw aan."Oeps, ik geloof dat deze lekt! Ik zei toch dat u er teveel instopte."

"Dat is geen lekkage," corrigeerde de Heer "dat is een traan. De traan is haar manier om uiting te geven aan haar vreugde, haar leed, haar pijn, haar teleurstellingen, haar liefde, haar eenzaamheid, haar droefheid en haar trots."

De engel was onder de indruk. "U bent geniaal, Heer. U heeft aan alles gedacht! De Vrouw is werkelijk ongelooflijk. "En dat is ze!"

 

14:50 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-03-09

De historie van twee kikkers

308622kikkersvanJanBrett

In een emmer halfvol melk vielen eens twee kikkers.

De éne zei: ik was voor 't ongeluk geboren." hij sparteld wat, maar ging weldra den dieperik in.

De tweede zei; " Karel, houdt er den moed maar in." hij        zwom en sloeg en spartelde. zolang en zoveel tot hij " s anderendaags veilig te rusten lag... op een vette klop boter.

En uit dit vertelsel trek ik een besluit: Vriend- en al, weest optimist. Dan hebt ge kracht meer dan je wist. Wijl een pessimist... die mist!!

Waarom let je op de splinter in het oog van de medemens en zie je de balk  niet in je eigen oog. Hal eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zie je scherp genoeg om de splinter uit het oog van je medemens te halen.

Gods liefde woont in je. God vulde er je hart mee toen je de geest kreeg. Leef op de kracht van die geest, dan ga je niet op in Zelfzuchtige verlangens. De geest wekt liefde in je, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.

10:15 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-02-09

Een snelweg in het donker

Snelweg72

De weg voor je, ontvouwt zich langzaam. Stukje voor stukje. Soms zie je een volgende bocht of heuveltje door een tegenligger of iemand die voor je rijdt. Maar het is laat, dus bijna niemand op die weg.
Joúw weg. Je moet er dus maar op vertrouwen dat die weg doorgaat en niet plotseling stopt. Je moet goed opletten en je concentreren, zodat je geen bocht mist, en iedereen in zijn of haar tempo laat rijden om botsingen te voorkomen. Het is een onbekende weg. Het komt je af en toe bekend voor, maar je weet niet waar de nieuwe bocht zich aandient, wat er achter de volgende heuvel ligt.
Maar je bent niet aan je lot overgelaten. Overal staan wegwijzers.
Borden met namen die zeggen waar je naar toe kunt. De kunst is dan om te weten waar je heen wilt en welke stappen daarvoor nodig zijn. Je hebt een routebeschrijving nodig.
Maar die routebeschrijving zegt niet altijd wat je tegenkomt onderweg.
De bochten, heuvels, hobbels in de weg zijn er. Het gaat er maar net om hoe jij ze neemt.
Soms kan je wat sneller, soms moet je afremmen. Maar wat blijft is Vertrouwen.
Vertrouw dat je het kan.
Vertrouw dat je er komt.
Vertrouw dat wat je onderweg ook tegenkomt, jou nooit van je doel zal kunnen afhouden.
Vertrouw dat alles samenwerkt om Daar te komen. Ook al lijkt het soms onmogelijk door alle problemen, ongelukken, omleidingen op je weg.
Vertrouw jezelf.
Vertrouw het AL.
Want jij bent het Allemaal

19:32 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-02-09

Desiderata

Wees kalm temidden van de haast en het lawaai;
bedenk welk een vrede er kan heersen in stilte.
Sta op goede voet met alle mensen, maar zonder jezelf geweld aan te doen.
Zeg je waarheid rustig en duidelijk, en luister naar anderen, zelfs als zij saai en onwetend zijn: ook zij hebben hun verhaal.
Mijd luidruchtige en agressieve mensen: zij belasten de geest.
Als je jezelf met anderen vergelijkt, zou je ijdel kunnen worden of verbitterd,
want er zullen altijd kleinere en grotere mensen zijn dan jijzelf.

Verheug je over wat je hebt bereikt, evenals over je plannen.
Houd belangstelling voor je werk, hoe nederig dat ook moge zijn:
het is een werkelijk bezit in het wisselend fortuin van de tijd.
Betracht voorzichtigheid bij al je zaken, want de wereld is vol bedrog.
Maar laat je niet verblinden voor de bestaande deugd: veel mensen streven hoge idealen na, en overal is er heldendom in het leven.
Wees jezelf. Veins vooral geen genegenheid, maar wees evenmin cynisch over de liefde. Want bij alle dorheid en ontgoocheling is zij eeuwig als het gras.

Volg de loop der jaren met gratie, verlang niet naar een tijd die achter je ligt.
Kweek geestkracht aan om beschermd te zijn bij onverwachte tegenslag.
Maar laat je gemoed niet verontrusten met een spookbeeld.
Vele angsten worden uit vermoeidheid en eenzaamheid geboren.
Volg een gezonde discipline, maar wees daarbij zacht voor jezelf.
Je bent een kind van het heelal, niet minder dan de bomen en de sterren.
Je hebt het recht om hier te zijn. En of je er nu iets van begrijpt of niet, het heelal ontvouwt zich toch zoals het hoort.
Heb daarom vrede met God, hoe je je Hem ook voorstelt.
En wat je werk en je aspiraties ook mogen zijn:
bewaar vrede met je ziel in de lawaaiige verwarring van het leven.
Met al zijn ijdelheid, zwoegen en vervlogen dromen is dit nog steeds een prachtige wereld.
Wees waarachtig. Streef naar geluk.

 

12:53 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-02-09

De vrededuif

Dove-Peace

Op een dag zat er een vreemde, witte duif voor het hok van de postduif. Hij zag er moe en verfomfaaid uit.
"Dag" zei de postduif. "Dag" zei de witte duif. "Wie bent u als ik vragen mag?" "Ik ben de postduif" antwoordde de postduif. "Ik breng de post.
Brieven en zo. In witte enveloppen En wie bent u?" "Ik ben de vredesduif" zei de witte duif."Ik breng vrede."

"Vrede?" De vredesduif knikte. "Is dat moeilijk?" De vredesduif knikte opnieuw. "Heel moeilijk, vrede kun je namelijk niet zien. Die moet je voelen" "Daar ben ik heel goed in, in voelen" zei de postduif. "Wij postduiven vliegen op ons gevoel moet u weten" "Voel eens dan" zei de vredesduif. De postduif deed zijn ogen dicht en voelde. "Ik voel iets zachts" zei hij na een poosje. "Rust, fijns en iets warms. Het doet me denken aan een nest. Een veilig nest, hoog in een boom. En aan maïskorrels en aan verse stukjes brood. 

Zou dat vrede zijn?" "Dat is heel goed mogelijk" knikte de vredesduif. "Wilt u het hebben?" "Graag" antwoordde de postduif. "Als u het tenminste kunt missen." "Och ik heb genoeg" vervolgde de vredesduif. "Lang niet iedereen wil vrede. Soms gaat mijn hele bestelling retour afzender."  "Onbegrijpelijk" zei de postduif. "Het voelt heerlijk. Ik dank u wel. Wilt u misschien iets eten?"

"Nee, dank u" zei de vredesduif. "Ik moet gaan. Het is een drukke tijd. "De postduif knikte. "Praat me er niet van. Tot ziens dan maar.
En nogmaals hartelijk dank. Ik wist niet dat vrede zó goed voelde.

 

10:10 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-02-09

Puppies

JN0104~Puppies-II-Posters

Een boer had enkele jonge hondjes die hij nog moest verkopen. Hij schilderde een advertentie op een bord met: 4 puppies te koop en zette dit aan het begin van zijn erf aan de kant. Net toen hij de laatste spijker in het bord sloeg werd hij aan zijn overal getrokken.
Hij keek naar beneden in de ogen van een kleine jongen. "Meneer" zei de jongen, "Ik wil een van uw puppies kopen".
"Wel", zei de boer, terwijl hij met zijn hand achter in zijn nek wreef, "deze puppies hebben hele goede ouders en kosten aardig wat geld".

De jongen liet voor een moment zijn hoofd hangen. Toen reikte hij diep in zijn broekzak en haalde een handvol kleingeld voor de dag en liet het aan de boer zien. "Ik heb 39 cent. Is dat genoeg om te kijken?" "Zeker", zei de boer en hij floot een deuntje. "Dolly", riep hij.
Uit het hondenhok en over het erf rende Dolly naar de boer toe gevolgd door 4 kleine bolletjes wol. De kleine jongen drukte zijn gezicht tegen het hek. Zijn ogen straalde van verrukking.

Terwijl de honden naar het hek toe kwamen rennen, zag de jongen nog iets bewegen in het hondenhok. Langzaam verscheen er nog een bolletje wol, maar deze was zichtbaar kleiner dan de andere hondjes. Op zijn achterpootjes gleed het bolletje het hok uit en op een wat onhandige wijze begon het hondje vooruit naar het hek te hobbelen terwijl het zijn best deed de andere hondjes bij te houden. 

"Ik wil die hebben", zei het kleine jongetje, terwijl hij naar waggelende hond wees. De boer knielde naast het jongetje neer en zei: "zoon, je wil dat hondje echt niet. Het is nooit in staat om te rennen of te spelen zoals de andere hondjes kunnen". Toen deed de jongen een stap naar achteren, reikte naar beneden en begon een broekspijp op te rollen. Terwijl hij dit deed werd een stalen beugel zichtbaar aan beide zijden van het beentje van de jongen die vastgemaakt zaten aan zijn speciaal gemaakte schoentje.

De boer aankijkend zei hij: weet u meneer, ik kan zelf ook niet zo goed rennen en hij heeft iemand nodig die hem begrijpt". Met tranen in zijn ogen reikte de boer naar beneden en pakte de kleine puppy op. Hij hield het heel voorzichtig vast toen hij de puppy aan de kleine jongen gaf. 

"Hoeveel kost het?" vroeg de kleine jongen. "Niets, het is gratis", zei de boer. "Er is geen prijs voor echte liefde". 


10:35 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-02-09

De hemel

hemel

Een man, zijn paard en zijn hond lopen over een weg. Wanneer ze vlak bij een enorme boom zijn, slaat de bliksem in en ze zijn op slag dood. Maar de man heeft niet in de gaten dat ze de wereld al verlaten hebben en loopt gewoon verder met zijn twee dieren. Soms duurt het even voordat de doden zich van hun nieuwe situatie bewust zijn...

De tocht duurt en duurt, het gaat berg op en de zon brandt, ze zijn drijfnat van het zweet en vergaan van de dorst. Als de weg een bocht maakt, zien ze een prachtige poort., helemaal van marmer. De poort geeft toegang tot een plein dat met gouden stenen geplaveid is. In het midden staat een fontein waar kristalhelder water uit spuit. De man richt zich tot de wachter bij de ingang.Goedemorgen."
"Goedemorgen," antwoordt de poortwachter.
"Mooi is het hier, maar hoe heet het hier ?"
"Dit is de hemel"
"Komt dat goed uit dat we bij de hemel zijn, we vergaan van de dorst."
"U kunt naar binnen gaan en water drinken zoveel u wilt meneer."
En de wachter wijst naar de fontein.
"Mijn paard en hond hebben ook dorst."
"Het spijt me maar dieren mogen hier naar binnen."

De man is erg teleurgesteld want hij heeft erge dorst, maar als enige drinken doet hij niet. Hij bedankt de wachter en gaat verder. Na nog een lange weg, steeds verder bergopwaarts, komen ze uitgeput aan bij een oud poortje waarachter een zanderig laantje begint. In de schaduw van een boom ligt een man met zijn hoed over zijn gezicht geschoven, mogelijk in slaap. 

"Goedemorgen", zegt de reiziger.
De man onder de boom knikt.
"Mijn paard, mijn hond en ik vergaan van de dorst."
"Tussen die stenen daar is een bron," zegt de man, terwijl hij naar de plek wijst.
"Drink zoveel jullie willen."De man, zijn paard en zijn hond gaan naar de bron en lessen hun dorst. De reiziger gaat terug om te bedanken. 

"Wat ik wilde vragen, hoe heet het hier ?"
"Hemel"
"Hemel ? Maar de wachter bij die grote marmeren poort daar, zei dat dat de hemel was !"
"Dat is niet de hemel daar, dat is de hel."
De reiziger is stomverbaasd.  "Jullie moeten hem verbieden jullie naam te gebruiken. 
Ze misleiden daar mensen, dat zal toch wel de nodige verwarring veroorzaken ?"
"Integendeel, ze bewijzen ons feitelijk een grote dienst. Want al degene die er geen probleem mee hebben om hun beste vrienden in de steek te laten, blijven daar achter..."

Paul Coelho

11:10 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

10-02-09

Levensvervulling

img-paardenbloem2

Er was eens een mooi bruin zaadje
Barstens vol van leven, helemaal vervuld van levenspotentie.
Veilig in haar eigen rossige velletje.

Een stem zei: " Het is je tijd. Jij bent aan de beurt."
Ons zaadje reageerde angstig, "Nee, ik wil niet"

"Ja," zei de stem, "Het is jouw tijd om te gaan groeien."
"Nee," protesteerde het zaadje, "ik voel veel beter zoals ik nu ben.
Ik ben prachtig, barstend vol van leven en potentie.
Groeien is pijnlijk;
mijn prachtig velletje zal barsten en het zal pijn doen."

"Ja," herhaalde de stem, "het zal pijn doen."
"Dat is onvermijdelijk en noodzakelijk voor groei."
" Hoe kun je de prachtige plant worden die in jou besloten ligt,
zonder je velletje te breken ?"

"Stel je het wonder eens voor van groeien naar jouw totaal,
een grote plant, met ingehouden gratie, diepe wortels,
prachtige bloemen, en heel veel nieuwe zaden....."
"Oh ja ik weet het," probeerde ze te ontwijken.

"Als ik nou opgegeten wordt, of als voeten mij vertrappen,
als ik verbrand in de scherpe zon
of als het mij niet lukt om te worden wat mijn bestemming is ?"

"Jij bent bang," zei de stem vol medeleven.
"Het is goed om bang en angstig te zijn, er zijn geen garanties."
Het zaad hoorde liefde en sympathie in de stem,
kreeg iets meer vertrouwen en begon beter te luisteren.
"Je bent nu in vruchtbare aarde, kijk hoe de bodem meewerkt,
let op goed weer,
precies de juiste hoeveelheid zon en water.
de tijd is aan jou, NU."

Ja dacht het zaadje, "alles wat je zegt is waar.
Ik ben nog nooit in zulke vruchtbare aarde geweest.
Maar als ik een plant word zal ik dood gaan en wegkwijnen.
Wat maakt dat voor verschil ?"

"Dat is waar," bevestigde de liefdevolle stem.
Dat is de cyclus van het leven,
groeien, bloeien, zaad maken.
Het is 'n nooit eindigende cyclus
en doodgaan is een essentieel gedeelte."
Stel je eens voor wat er zou gebeuren
als je niet open zou barsten
om een plant te worden:
jouw huid zou nooit meer open barsten van leven;
zonder je bestemming te vervullen..
Je mag je zeker voelen
maar alles wat je bent geweest is zaad. prachtig zaad,
vol van levenspotentie die niet gerealiseerd is..
Alleen maar gewoon zaad.

Het zaad voelde iets breken
en kraken rond haar volle hart.

Debby Collins

10:34 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-02-09

Zelfbeheersing

220handen20in20elkaar

Er was eens een jongen met zeer weinig zelfbeheersing.
Zijn vader gaf hem een zak spijkers en zei tegen hem dat elke keer als hij zijn zelfbeheersing verloor, hij een spijker in de achterkant van de schutting moest slaan. De eerste dag sloeg de jongen 37 spijkers in de schutting. Over de volgende paar weken, toen hij leerde om zijn kwaadheid onder controle te krijgen, werd het aantal spijkers dat hij in de schutting sloeg geleidelijk aan minder. Hij zag in dat het gemakkelijker was om zijn zelfbeheersing niet te verliezen, dan al die spijkers in de schutting te slaan....... Uiteindelijk, kwam de dag dat de jongen zijn zelfbeheersing niet meer verloor.
Hij vertelde dit aan zijn vader en zijn vader stelde voor dat de jongen nu voor elke dag dat hij zijn zelfbeheersing behield hij een spijker uit de schutting haalde.
De dagen gingen voorbij en de jonge man was eindelijk zover dat hij zijn vader kon vertellen dat alle spijkers waren verdwenen.
De vader nam de jongen bij de hand en ging met hem naar de schutting.
Hij zei: "Je hebt het goed gedaan, mijn zoon, maar kijk nu eens naar al die gaten in de schutting. De schutting zal nooit meer hetzelfde zijn. Als je dingen zegt in woede, dan laten ze een litteken achter net als deze gaten. Je kunt iemand met een mes steken en het mes er weer uit trekken. Het maakt niet uit hoe vaak je zegt dat het je spijt, de wond zal er blijven."
Een verbale wond is even erg als een fysieke wond.

 

15:47 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-01-09

Het kleine golfje...

golf_250

Over de zee rolde een hele grote golf naar het strand. Een piepklein golfje rolde
er achteraan. Het moest verschrikkelijk hard gaan om de grote golf een beetje
bij te houden. Toen ze dichter bij het strand kwamen, zei het klein golfje tegen
de grote golf:
“En weet je wat er nou dadelijk gebeurt? Jij klapt met veel lawaai en gespetter
op het strand en ik kom er als een heel klein kletsje achteraan geploft.”
“Dat zie je verkeerd” zei de grote golf. “Maar zo is het wel”, zei het golfje
huilerig. “Ik ben maar zo miezerig klein. Niemand zal merken dat ik er ook
ben.”
De grote golf vroeg: “Golfje, waar ben je van gemaakt?”
“Van water” antwoordde het golfje.
“En waar ben ik van gemaakt?”
“Ook van water.”
“Dan zijn we toch eigenlijk hetzelfde”, zei de grote golf. “We zijn allebei van
water en wanneer we straks geen golven meer zijn, dan zijn we gewoon
weer….?”
“Water”, gaf het golfje toe, maar het zei er meteen achteraan: “En dan?”
“Waarom vraag je dat nou?” zei de grote golf. “We zijn en blijven toch van
hetzelfde water!”
“Als dat zo is, grote golf, dan weet ik het wel. Dan word ik de volgende keer
nog groter dan jou, dan word ik een enorme hoge vloedgolf!”
“Ook goed”, zuchtte de grote golf.

12:24 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-01-09

De kleine ziel

51666655

ER WAS EENS een Kleine Ziel die tegen God zei: "Ik weet wie ik ben, ik ben het licht net als alle andere zielen." God lachte breed. "Dat is waar!", zei God. "Jij bent ook het licht." "Wow," zei de Kleine Ziel, "Dit is toch echt gaaf." Enige tijd later bleek dat weten wie ze was niet voldoende was. De Kleine Ziel voelde onrust van binnen en wilde ervaren wat het was om het licht te zijn. En zo ging de Kleine Ziel terug naar God (Wat geen slecht idee is voor alle zielen die willen weten wie ze werkelijk zijn.)
Hoi God! Nu weet ik wie ik ben. Is het goed als ik dat wil zijn?" God zei,"je bedoelt dat je wilt zijn wie je al bent?" "Wel", antwoordde de Kleine Ziel, "Weten wie ik ben is één ding, maar helemaal écht zijn is iets anders. Ik wil ervaren wat het is om het licht te
zijn!"
"Maar je bent het licht al," herhaalde God weer lachend."Ja, maar ik wil voelen wat het is!" zei de Kleine Ziel. "Wel", God grinnikte, "Ik had het kunnen weten, jij bent altijd al de meest
avontuurlijke."
Toen veranderde Gods houding. "Er is alleen één ding.... Er is niets anders dan het licht. Zie je, ik creëerde niets anders dan wat jij bent; en daarom is het niet makkelijk voor jou om jezelf te ervaren zoals je bent, omdat er niets is dat je niet bent." "Huh?" zei de Kleine Ziel, een beetje verbouwereerd. "Beschouw het op deze manier," zei God. "Je bent als een kaarsje in de zon. O, je bent daar met ontelbare andere kaarsjes die samen de zon zijn. En de zon zou anders zijn zonder jouw kaarsje. Hoe kun je weten dat je het licht bent wanneer er alleen maar licht is? Dat is de vraag." Weer lachte God. "Dat heb ik al gedaan." Zei God." Aangezien je jezelf niet kunt zien als het licht als je in het licht bent, zullen we je met duisternis omringen."
"Wat is duisternis?" vraagt de Kleine Ziel. God antwoordde, "dat is wat je niet bent." "Zal ik bang zijn in het donker?" vroeg de Kleine Ziel. "Alleen als je ervoor kiest om bang te zijn," antwoordde God. "Er is echt niets om bang voor te zijn, tenzij jij ervoor kiest om dat te zijn. Want weet je, we verzinnen het allemaal, we doen alsof." "Oh,'" zei de Kleine Ziel, en voelde zich al beter. Toen legde God uit dat, om maar iets te kunnen ervaren het tegenovergestelde er moet zijn. "Het is een groot cadeau," zei God, "want zonder het tegenovergestelde kun je niets weten. Je kunt geen warm weten zonder koud, geen boven zonder beneden, geen snel zonder langzaam. Je kunt geen links zonder rechts weten, geen hier zonder daar, en geen nu zonder toen. "En zo," concludeerde God,"wanneer je omgeven bent door duisternis, bal je vuist niet, verhef niet je stem en vervloek de duisternis niet. Wees liever een licht in de duisternis en word er niet boos over. Dan weet je wie je echt bent en iedereen zal het weten. Laat je licht zo schijnen dat iedereen weet hoe speciaal je bent!" "Bedoel je dat het goed is anderen te laten zien hoe speciaal ik ben?" vroeg de Kleine Ziel."Natuurlijk!" God grinnikte. "Het is heel goed! Maar onthoud: 'speciaal' betekent niet 'beter'. Iedereen is speciaal, ieder op zijn of haar eigen manier! Alleen zijn velen dat vergeten. Zij zullen dan ook zien dat het goed is voor ze om speciaal te zijn wanneer jij ziet dat het goed voor jou is om speciaal te zijn." "Wow," zei de Kleine Ziel, lachend van vreugde "Ik kan zo speciaal zijn als ik wil!" "Ja, en je kunt nu beginnen," zei God, die mee lachte samen met de Kleine Ziel. "Welk deel van speciaal wil je zijn?" "Welk deel van speciaal?" herhaalde de Kleine Ziel, "Ik begrijp het niet"
 
"Wel," legde God uit, "Het licht zijn is speciaal zijn, en speciaal zijn heeft heel veel kanten. Het is speciaal om aardig te zijn, of zachtmoedig, of creatief of om geduldig te zijn. Kun je nog meer bedenken waarin je speciaal kunt zijn?" De Kleine Ziel zat een moment stil. "Ik kan een heleboel manieren bedenken om speciaal te zijn!" riep de Kleine Ziel toen uit. "Het is speciaal om hulpvaardig te zijn, om te delen, om vriendelijk en zorgzaam te zijn voor anderen!" "Ja!" bevestigde God, "en je kan al deze dingen zijn, of elk ander deel van speciaal dat je wilt zijn, op elk moment. Dat is wat het betekent om het licht te zijn." "Ik weet wat ik wil zijn, ik weet wat ik wil ervaren!" zei de Kleine Ziel met groot enthousiasme. "Ik wil dat deel van speciaal zijn dat vergevingsgezind zijn heet." "Het is toch speciaal om vergevingsgezind te zijn?" "O, jazeker," verzekerde God de Kleine Ziel. "Dat is heel speciaal.' "Oké," zei de Kleine Ziel, "Dat is wat ik wil zijn. Ik wil vergevingsgezind zijn. Ik wil mijzelf ervaren als vergevingsgezind." "Goed,"zei God, "Maar er is één ding dat je moet weten."
De Kleine Ziel werd nu een beetje ongeduldig. Het lijkt wel of er elke keer weer een complicatie is. "Wat is het?" zucht de Kleine Ziel. "Er is niemand om te vergeven." "Niemand?" De Kleine Ziel kon nauwelijks geloven wat er gezegd werd. "Niemand!" herhaalde God. "Alles wat ik heb gecreëerd, is perfect. Er is geen enkele ziel van alle creaties die minder perfect is dan jou. Kijk maar om je heen." Toen realiseerde de Kleine Ziel zich dat zich een grote menigte had verzameld. Zielen kwamen van Heinde en Ver van overal van het koninkrijk. Want het was als een lopend vuurtje rond gegaan dat de Kleine Ziel een ongewoon gesprek met God had en iedereen wilde horen wat er gezegd werd. Rondkijkend naar de ontelbare andere Zielen die hier bijeen waren, moest de Kleine Ziel toegeven. Niemand leek minder prachtig, minder magnifiek of minder perfect dan de Kleine Ziel zelf. Dat was het wonder van de Zielen die om hem heen waren, en zó helder was hun licht. De Kleine Ziel staarde angstig naar hen. "Wie is er dan te vergeven?" vroeg God. "Jonge, dit is helemaal niet grappig!" gromde de Kleine Ziel. "Ik wil mijzelf ervaren als vergevingsgezind. Ik wil weten hoe dat deel van speciaal voelt." En de Kleine Ziel leerde hoe het moet voelen om droevig te zijn. Maar toen stapte een vriendelijke ziel naar voren uit de menigte. "Maak je geen zorgen, Kleine ziel," zei de Vriendelijke Ziel, "Ik zal je helpen." "Wil je dat?" De Kleine Ziel klaarde op. "Maar wat kan je dan doen?" "Wel, ik kan je iemand geven om te vergeven!" "Kan je dat?"  "Ja" zei de Vriendelijke Ziel."Ik kan in je volgende aardse leven komen en iets doen wat jij kan vergeven. "Maar waarom? Waarom wil je dat doen?" vroeg de Kleine Ziel. "Jij, die van zo'n ongelooflijke perfectie bent! Jij die trilt van zo'n snelheid dat het zo'n helder licht creëert dat ik het niet kan evenaren! Wat kan je reden zijn dat jij je vibraties wil verlagen zodat jouw licht donker wordt? Wat kan de reden zijn voor iemand die zo licht is om in mijn leven te komen en jezelf zo zwaar te maken zodat je dit slechte kan doen?" "Simpel," zei de Vriendelijke Ziel."Ik zal het doen omdat ik van je hou." De Kleine Ziel leek verrast door het antwoord. "Wees niet zo verbaasd."Zei de Vriendelijke Ziel, "Je hebt hetzelfde gedaan voor mij. Herinner je het je niet meer? O, we hebben gedanst samen, jij en ik vele keren. Je herinnert je het alleen niet meer." "We zijn allebei alles geweest. We zijn het hoge en het lage geweest, het linker en het rechter. We zijn het hier en het daar geweest, het nu en het toen. We zijn het manlijke en het vrouwelijke geweest, het goede en het slechte - We zijn beide het slachtoffer en de dader geweest." "Zo zijn we samen gekomen, jij en ik vele malen eerder; Steeds de ander de exacte en perfecte gelegenheid te geven om te uiten en te ervaren wie we werkelijk zijn. En daarom," legde de Vriendelijke Ziel verder uit, "Kom ik in je volgende leven en zal 'de slechte' zijn dit keer. Ik zal iets heel slechts doen, en dan kan jij jezelf ervaren als degene die vergeeft." "Maar wat wil je dan doen?"vroeg de Kleine Ziel een beetje nerveus, wat wil er zo erg zijn?" "Oh," antwoordde de Vriendelijke Ziel met een glimlach, "We bedenken wel iets." Daarna leek de Vriendelijke ziel serieus te worden, en zei met rustige stem, "Je hebt over één ding gelijk, weet je. Wat is dat?" wilde de Kleine Ziel weten. "Ik zal mijn vibraties moeten verlagen, heel zwaar worden en deze niet zulke leuke dingen doen. Ik zal me anders moeten voordoen dan ik in werkelijkheid ben. En daarom wil ik je als dank om een gunst vragen." "Oh, wat je wilt, wat je wilt!" riep de Kleine Ziel, en begon te dansen en zingen, "Ik zal vergevingsgezind zijn!" Toen zag de Kleine Ziel dat de Vriendelijke Ziel erg stil bleef. "Wat is er?" vroeg de Kleine Ziel. "Wat kan ik voor jou doen? Je bent zo'n Engel dat je dit voor me wilt doen!". "Natuurlijk is de Vriendelijke Ziel een Engel!" onderbrak God. "Iedereen is een Engel! Herinner altijd; Ik stuur je niets dan Engelen." Zo wilde de Kleine Ziel meer dan ooit het verzoek van de Vriendelijke Ziel inwilligen. "Wat kan ik voor je doen" vroeg de Kleine Ziel weer. "Op het moment dat ik je kwaad doe," antwoordde de Vriendelijke Ziel. "Op het moment dat ik jou het ergste aandoe dat je je kan voorstellen - op dat precieze moment... " "Ja?" onderbrak de Kleine Ziel, "Ja....?"De Vriendelijke Ziel werd nog stiller. "Herinner me als wie ik werkelijk ben." "O, dat doe ik!, dat beloof ik! Ik zal je altijd herinneren zoals ik je hier en nu zie!""Goed'" zei de Vriendelijke Ziel, "Want weet je, Ik zal zo hard bezig zijn met doen alsof, dat ik mijzelf zal vergeten. En als jij me niet herinnert zoals ik echt ben, kan ik het me misschien voor heel lang niet herinneren. En als ik vergeet wie ik ben, kan jij ook vergeten wie jij bent, en zullen wij beiden verloren zijn. Dan hebben we een andere ziel nodig om langs te komen en ons te helpen herinneren wie we zijn." "Nee, dat zullen we niet!" beloofde de Kleine Ziel weer. Ik zal je herinneren! En ik wil je bedanken dat je me dit cadeau wilt geven - De kans om mezelf te ervaren wie ik ben." Aldus was de afspraak gemaakt. En de Kleine Ziel ging verder in een nieuw aards leven. Vol verwachting om het licht te zijn, wat heel speciaal was en vol verwachting om dat deel van speciaal te zijn dat vergevings gezindheid heet.
En de Kleine Ziel wachtte gespannen om de ervaring te hebben als vergevingsgezindheid en dankbaarheid aan welke Ziel dan ook die dit mogelijk maakt. En op elk moment in het nieuwe aardse leven wanneer er een nieuwe Ziel ten tonele verschijnt, ongeacht of deze nieuw ziel vreugde brengt of droefenis - Speciaal als ze droefenis brengen - dacht de Kleine Ziel aan wat God had gezegd: "Herinner je ALTIJD, Ik stuur je niets anders dan Engelen".

Naar het boek The little soul and the sun. Neale D Walsch.

12:07 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-01-09

De vogel

vogel3blogwb0

Op een dag zagen de mensen een prachtige vogel. Zijn veren waren diep blauw; zijn vleugels waren fel rood. Hij zong als een nachtegaal. Hij vloog als een paradijsvogel. Hij keek als een kolibrie.
Iedereen dacht dat het een heilige vogel was.
De koning van Lu gaf zijn mannen opdracht de heilige vogel te vangen.
De koning was van plan hem een plaats te geven in zijn vooroudertempel.
De heilige vogel kreeg alles wat hij maar wilde. Zijn kooi was van puur goud en fijn zilver.
Muzikanten maakten muziek voor hem. Danseressen dansten voor hem. Dichters zeiden gedichten voor de vogel. Vertellers vertelden de heilige vogel verhalen. De koning liet het lekkerste eten voor de vogel klaarmaken: gebraden varken, geparfumeerde rijst, geurige thee. Maar de vogel in zijn kooi at niet.
Hij keek niet naar de danseressen. Hij luisterde niet naar de dichters en vertellers. Hij wilde geen muziek horen. Zijn diepblauwe veren wer¬den flets. Zijn felrode vleugels verbleekten.
In zijn kleine kooi kon de vogel niet vliegen als een paradijsvogel.
Hij had geen zin meer in zingen als een nachtegaal.
Zijn ogen leken op ogen van een doodzieke mus. Na drie dagen gevangenschap stierf de vogel.
De koning was ontroostbaar. Hij begreep even niet waarom de vogel was doodgegaan. Hij had hem toch precies zo behandeld als hij zelf behandeld wilde worden.
En de vraag kwam bij hem op: “Leef ik niet ook in gevangschap?”

17:40 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-12-08

Het meisje met de zwavelstokjes

49574967

Het meisje met de zwavelstokjes


Het was afschuwelijk koud, het sneeuwde en het begon donker te worden.
Het was ook de laatste avond van het jaar, oudejaarsavond.
In die kou en in dat donker liep er op straat een arm, klein meisje, zonder muts en op blote voeten.
Ze had wel pantoffels aangehad toen ze van huis ging, maar dat hielp niet veel: het waren heel grote pantoffels, haar moeder had ze het laatst gedragen, zo groot waren ze, en het meisje had ze bij het oversteken verloren, toen er twee rijtuigen vreselijk hard voorbijvlogen.
De ene pantoffel was niet te vinden en met de andere ging er een jongen vandoor: hij zei dat hij hem als wieg kon gebruiken als hij later kinderen kreeg.
Daar liep dat meisje dus op haar blote voetjes, die rood en blauw zagen van de kou.
In een oud schort had ze een heleboel zwavelstokjes en één bosje hield ze in haar hand.
Niemand had nog iets van haar gekocht, de hele dag niet.
Niemand had haar ook maar een stuivertje gegeven.
Hongerig en koud liep ze daar en ze zag er zo zielig uit, dat arme stakkerdje!
De sneeuwvlokken vielen in haar lange, blonde haar, dat zo mooi in haar nek krulde, maar aan dat soort dingen dacht ze echt niet.
Uit alle ramen scheen licht naar buiten en het rook overal zo lekker naar gebraden gans; het was immers oudejaarsavond en daar dacht ze wel aan.

In een hoekje tussen twee huizen, waarvan het ene een beetje vooruitstak, ging ze in elkaar gedoken zitten. Haar beentjes trok ze onder zich op, maar ze kreeg het nog kouder, en naar huis durfde ze niet, want ze had geen zwavelstokjes verkocht en ook geen stuivertje gekregen.
Haar vader zou haar slaan en thuis was het trouwens ook koud.
Ze woonden vlak onder het dak en daar blies de wind doorheen, ook al waren de ergste kieren met stro en oude lappen dichtgestopt.
Ze had bijna geen gevoel meer in haar handjes van de kou.
O, wat zou een zwavelstokje lekker warm zijn!
Zou ze er eentje uit het bosje durven trekken en het tegen de muur afstrijken om haar handen te warmen?
Ze trok er een uit. "Ritsss..."
Wat vlamde dat,
wat brandde dat!
Het gaf een warm, helder vlammetje, net een kaarsje, toen ze haar handen eromheen hield.
Een wonderlijk licht gaf het.
Het meisje dacht dat ze voor een grote, ijzeren kachel zat met glimmende koperen ballen en een koperen trommel.
Het vuur brandde zo heerlijk, het was zo lekker warm.
Maar wat was dat?
Het meisje strekte haar voetjes al uit om die ook te warmen - toen ging de vlam uit, de kachel verdween - en zij zat met een stompje van het afgebrande zwavelstokje in haar hand.

Ze stak er nog een aan.
Het brandde, het gaf licht en waar het schijnsel op de muur viel, werd die doorzichtig, net als een sluier.
Ze keek zo de kamer in, waar de tafel gedekt was met een spierwit tafelkleed, met het fijnste porselein.
De gebraden gans, gevuld met pruimen en appeltjes, stond heerlijk te dampen.
En wat het allerheerlijkst was, de gans sprong van de schaal en waggelde met een vork en mes in zijn rug over de grond.
Hij kwam recht op het arme meisje af; toen ging het zwavelstokje uit en was alleen de dichte, koude muur er nog.
Ze stak er nog een aan.
Toen zat ze onder de mooiste kerstboom, nog groter en nog rijker versierd dan de boom die ze door de glazen deur bij de rijke koopman had gezien, vorig jaar met Kerstmis.
Er brandden wel duizend kaarsjes aan de groene takken, en gekleurde prentjes, zoals je die in etalages ziet, keken haar aan.
Het meisje strekte haar beide handen uit - toen ging het zwavelstokje uit, de vele kerstkaarsjes gingen de lucht in en veranderden in sterren, zag ze.
Eentje viel er en liet een lange streep van vuur achter aan de hemel.
"Nu gaat er iemand dood," zei het meisje. Want haar oude grootmoeder, de enige die lief voor haar was geweest, maar die nu dood was, had gezegd: “Als er een ster valt, gaat er een zieltje naar God."

Ze streek weer een zwavelstokje af tegen de muur, het gaf licht en in het schijnsel stond haar oma, heel duidelijk, heel stralend, heel vriendelijk en lief.
"Oma!" riep het meisje.
"O, neem me mee!
Ik weet dat je weg bent, als het zwavelstokje uitgaat.
Weg, net als de warme kachel, de gebraden gans en die prachtige, grote kerstboom."
Haastig streek ze de rest van de zwavelstokjes uit het bosje af, want ze wilde oma vasthouden.
De zwavelstokjes gaven zoveel licht dat het klaarlichte dag leek.
Oma had er nog nooit zo mooi en zo groot uitgezien.
Ze nam het kleine meisje op haar arm en ze vlogen, stralend en blij, heel, heel hoog.
Er was geen kou, geen honger, geen angst - ze waren bij God.
Maar in het hoekje bij het huis zat in de koude wintermorgen het kleine meisje met de rode wangen, met een glimlach om haar mond - dood, doodgevroren op de laatste avond van het oude jaar.

Het werd nieuwjaarsochtend en de kleine dode zat daar met haar zwavelstokjes, waarvan een bosje bijna was opgebrand.
Ze heeft zich willen warmen, zeiden ze.
Niemand wist wat voor moois ze had gezien,
hoe stralend ze met oma de vreugde van het nieuwe jaar was ingegaan

14:17 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-12-08

Vergevingsgezindheid

dyn008_original_423_433_gif_2529177_9b349d7903ca111a06e1e604244b1e27

Er was eens een Kleine Ziel die tegen God zei:
"Ik weet wie ik ben, ik ben het licht net als alle andere zielen.
" God lachte breed. "Dat is waar!", zei God. "Jij bent ook het licht."
"Wow," zei de Kleine Ziel, "Dit is toch echt gaaf."
Enige tijd later bleek dat weten wie ze was niet voldoende was.
De Kleine Ziel voelde onrust van binnen en wilde ervaren wat het
was om het licht te zijn. En zo ging de Kleine Ziel terug naar God
(Wat geen slecht idee is voor alle zielen die willen weten wie ze werkelijk zijn.)

Hoi God! Nu weet ik wie ik ben. Is het goed als ik dat wil zijn?"
God zei,"je bedoelt dat je wilt zijn wie je al bent?"

"Wel", antwoordde de Kleine Ziel, "Weten wie ik ben is één ding,
maar helemaal écht zijn is iets anders. Ik wil ervaren wat het is om het licht te zijn!"
"Maar je bent het licht al," herhaalde God weer lachend."Ja,
maar ik wil voelen wat het is!" zei de Kleine Ziel. "Wel", God grinnikte,
"Ik had het kunnen weten, jij bent altijd al de meest avontuurlijke."

Toen veranderde Gods houding. "Er is alleen één ding....
Er is niets anders dan het licht. Zie je, ik creëerde niets anders dan wat jij bent;
en daarom is het niet makkelijk voor jou om jezelf te ervaren zoals je bent,
omdat er niets is dat je niet bent." "Huh?" zei de Kleine Ziel,
een beetje verbouwereerd. "Beschouw het op deze manier," zei God.
"Je bent als een kaarsje in de zon. O, je bent daar met ontelbare andere
kaarsjes die samen de zon zijn. En de zon zou anders zijn zonder jouw kaarsje.
Hoe kun je weten dat je het licht bent wanneer er alleen maar licht is?
Dat is de vraag." Weer lachte God. "Dat heb ik al gedaan." Zei God."
Aangezien je jezelf niet kunt zien als het licht als je in het licht bent,
zullen we je met duisternis omringen."

"Wat is duisternis?" vraagt de Kleine Ziel. God antwoordde,
"dat is wat je niet bent." "Zal ik bang zijn in het donker?" vroeg de Kleine Ziel.
"Alleen als je ervoor kiest om bang te zijn," antwoordde God.
"Er is echt niets om bang voor te zijn, tenzij jij ervoor kiest om dat te zijn.
Want weet je, we verzinnen het allemaal, we doen alsof." "Oh,'" zei de Kleine Ziel,
en voelde zich al beter. Toen legde God uit dat, om maar iets te kunnen ervaren
het tegenovergestelde er moet zijn. "Het is een groot cadeau," zei God,
"want zonder het tegenovergestelde kun je niets weten. Je kunt geen warm
weten zonder koud, geen boven zonder beneden, geen snel zonder langzaam.

Je kunt geen links zonder rechts weten, geen hier zonder daar, en geen nu zonder toen.
"En zo," concludeerde God,"wanneer je omgeven bent door duisternis, bal je vuist niet,
verhef niet je stem en vervloek de duisternis niet. Wees liever een licht in de duisternis
en word er niet boos over. Dan weet je wie je echt bent en iedereen zal het weten.
Laat je licht zo schijnen dat iedereen weet hoe speciaal je bent!"
"Bedoel je dat het goed is anderen te laten zien hoe speciaal ik ben?" vroeg de Kleine Ziel.

"Natuurlijk!" God grinnikte. "Het is heel goed! Maar onthoud: 'speciaal' betekent niet 'beter'.
Iedereen is speciaal, ieder op zijn of haar eigen manier! Alleen zijn velen dat vergeten.
Zij zullen dan ook zien dat het goed is voor ze om speciaal te zijn wanneer jij ziet dat het
goed voor jou is om speciaal te zijn." "Wow," zei de Kleine Ziel, lachend van vreugde.
"Ik kan zo speciaal zijn als ik wil!""Ja, en je kunt nu beginnen," zei God, die mee lachte
samen met de Kleine Ziel. "Welk deel van speciaal wil je zijn?" "Welk deel van speciaal?"
herhaalde de Kleine Ziel, "Ik begrijp het niet" "Wel," legde God uit, "Het licht zijn is speciaal zijn,
en speciaal zijn heeft heel veel kanten. Het is speciaal om aardig te zijn, of zachtmoedig, of creatief
of om geduldig te zijn. Kun je nog meer bedenken waarin je speciaal kunt zijn?"
De Kleine Ziel zat een moment stil. "Ik kan een heleboel manieren bedenken
om speciaal te zijn!" riep de Kleine Ziel toen uit. "Het is speciaal om hulpvaardig
te zijn, om te delen, om vriendelijk en zorgzaam te zijn voor anderen!"

"Ja!" bevestigde God, "en je kan al deze dingen zijn, of elk ander deel van
speciaal dat je wilt zijn, op elk moment. Dat is wat het betekent om het licht te zijn."
"Ik weet wat ik wil zijn, ik weet wat ik wil ervaren!" zei de Kleine Ziel met groot enthousiasme.
"Ik wil dat deel van speciaal zijn dat vergevingsgezind zijn heet."
"Het is toch speciaal om vergevingsgezind te zijn?"
"O, jazeker," verzekerde God de Kleine Ziel. "Dat is heel speciaal.' "Oké,"
zei de Kleine Ziel, "Dat is wat ik wil zijn. Ik wil vergevingsgezind zijn.
Ik wil mijzelf ervaren als vergevingsgezind." "Goed,"zei God,
"Maar er is één ding dat je moet weten."De Kleine Ziel werd nu een beetje ongeduldig.
Het lijkt wel of er elke keer weer een complicatie is. "Wat is het?" zucht de Kleine Ziel.
"Er is niemand om te vergeven." "Niemand?" De Kleine Ziel kon nauwelijks geloven wat er gezegd werd.
"Niemand!" herhaalde God. "Alles wat ik heb gecreëerd, is perfect.
Er is geen enkele ziel van alle creaties die minder perfect is dan jou. Kijk maar om je heen."

Toen realiseerde de Kleine Ziel zich dat zich een grote menigte had verzameld.
Zielen kwamen van Heinde en Ver van overal van het koninkrijk.
Want het was als een lopend vuurtje rond gegaan
dat de Kleine Ziel een ongewoon gesprek met God had en iedereen
wilde horen wat er gezegd werd. Rondkijkend naar de ontelbare andere Zielen
die hier bijeen waren, moest de Kleine Ziel toegeven. Niemand leek minder prachtig,
minder magnifiek of minder perfect dan de Kleine Ziel zelf. Dat was het wonder van
de Zielen die om hem heen waren, en zó helder was hun licht. De Kleine Ziel staarde angstig naar hen.

"Wie is er dan te vergeven?" vroeg God. "Jonge, dit is helemaal niet grappig!" gromde de Kleine Ziel.
"Ik wil mijzelf ervaren als vergevingsgezind. Ik wil weten hoe dat deel van speciaal voelt."
En de Kleine Ziel leerde hoe het moet voelen om droevig te zijn. Maar toen stapte een vriendelijke
ziel naar voren uit de menigte. "Maak je geen zorgen, Kleine ziel," zei de Vriendelijke Ziel,
"Ik zal je helpen." "Wil je dat?" De Kleine Ziel klaarde op. "Maar wat kan je dan doen?"
"Wel, ik kan je iemand geven om te vergeven!" "Kan je dat?"

"Ja" zei de Vriendelijke Ziel."Ik kan in je volgende aardse leven komen en iets doen wat jij kan vergeven.
"Maar waarom? Waarom wil je dat doen?" vroeg de Kleine Ziel.
"Jij, die van zo'n ongelooflijke perfectie bent! Jij die trilt van zo'n snelheid dat het zo'n helder licht
creëert dat ik het niet kan evenaren! Wat kan je reden zijn dat jij je vibraties wil verlagen
zodat jouw licht donker wordt? Wat kan de reden zijn voor iemand die zo licht is om in
mijn leven te komen en jezelf zo zwaar te maken zodat je dit slechte kan doen?" "Simpel,"
zei de Vriendelijke Ziel."Ik zal het doen omdat ik van je hou." De Kleine Ziel leek verrast
door het antwoord. "Wees niet zo verbaasd." Zei de Vriendelijke Ziel, "Je hebt hetzelfde
gedaan voor mij. Herinner je het je niet meer? O, we hebben gedanst samen, jij en ik vele keren.
J e herinnert je het alleen niet meer." "We zijn allebei alles geweest. We zijn het hoge en het lage
geweest, het linker en het rechter. We zijn het hier en het daar geweest, het nu en het toen.
We zijn het manlijke en het vrouwelijke geweest, het goede en het slechte -
We zijn beide het slachtoffer en de dader geweest."

"Zo zijn we samen gekomen, jij en ik vele malen eerder;
steeds de ander de exacte en perfecte gelegenheid te geven om te uiten
en te ervaren wie we werkelijk zijn. En daarom," legde de Vriendelijke Ziel verder uit,
"Kom ik in je volgende leven en zal 'de slechte' zijn dit keer. Ik zal iets heel slechts doen,
en dan kan jij jezelf ervaren als degene die vergeeft." "Maar wat wil je dan doen?
"vroeg de Kleine Ziel een beetje nerveus, wat wil er zo erg zijn?"
"Oh," antwoordde de Vriendelijke Ziel met een glimlach, "We bedenken wel iets."
Daarna leek de Vriendelijke ziel serieus te worden, en zei met rustige stem,
"Je hebt over één ding gelijk, weet je. Wat is dat?" wilde de Kleine Ziel weten.
"Ik zal mijn vibraties moeten verlagen, heel zwaar worden en deze niet zulke leuke
dingen doen. Ik zal me anders moeten voordoen dan ik in werkelijkheid ben.
En daarom wil ik je als dank om een gunst vragen." "Oh, wat je wilt, wat je wilt!"
riep de Kleine Ziel, en begon te dansen en zingen, "Ik zal vergevingsgezind zijn!"
Toen zag de Kleine Ziel dat de Vriendelijke Ziel erg stil bleef. "Wat is er?" vroeg de Kleine Ziel.
"Wat kan ik voor jou doen? Je bent zo'n Engel dat je dit voor me wilt doen!".

"Natuurlijk is de Vriendelijke Ziel een Engel!" onderbrak God. "Iedereen is een Engel!
Herinner altijd; Ik stuur je niets dan Engelen." Zo wilde de Kleine Ziel meer dan ooit het
verzoek van de Vriendelijke Ziel inwilligen. "Wat kan ik voor je doen" vroeg de Kleine Ziel weer.
"Op het moment dat ik je kwaad doe," antwoordde de Vriendelijke Ziel. "Op het moment dat ik
jou het ergste aandoe dat je je kan voorstellen - op dat precieze moment... " "Ja?" onderbrak
de Kleine Ziel, "Ja....?"De Vriendelijke Ziel werd nog stiller. "Herinner me als wie ik werkelijk ben."
"O, dat doe ik!, dat beloof ik! Ik zal je altijd herinneren zoals ik je hier en nu zie!""Goed'"
zei de Vriendelijke Ziel, "Want weet je, Ik zal zo hard bezig zijn met doen alsof, dat ik mijzelf
zal vergeten. En als jij me niet herinnert zoals ik echt ben, kan ik het me misschien voor heel lang niet herinneren. En als ik vergeet wie ik ben, kan jij ook vergeten wie jij bent, en zullen wij beiden verloren zijn. Dan hebben we een andere ziel nodig om langs te komen en ons te helpen herinneren wie we zijn." "Nee, dat zullen we niet!" beloofde de Kleine Ziel weer.
Ik zal je herinneren! En ik wil je bedanken dat je me dit cadeau wilt geven -
De kans om mezelf te ervaren wie ik ben." Aldus was de afspraak gemaakt.
En de Kleine Ziel ging verder in een nieuw aards leven. Vol verwachting om het licht te zijn,
wat heel speciaal was en vol verwachting om dat deel van speciaal te zijn dat vergevingsgezindheid heet.

En de Kleine Ziel wachtte gespannen om de ervaring te hebben als vergevingsgezindheid
en dankbaarheid aan welke Ziel dan ook die dit mogelijk maakt. En op elk moment in
het nieuwe aardse leven wanneer er een nieuwe Ziel ten tonele verschijnt, ongeacht of
deze nieuw ziel vreugde brengt of droefenis - Speciaal als ze droefenis brengen -
dacht de Kleine Ziel aan wat God had gezegd:
"Herinner je ALTIJD, Ik stuur je niets anders dan Engelen".

Naar het boek The little soul and the sun. Neale D Walsch.


19:24 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De kleur

47938865

Een Oosterse, wijze leermeester ging eens met zeven leerlingen een ochtendwandeling maken, terwijl de dauw nog over het land lag. Na enige tijd brak de zon door en de dauwdruppels schitterden dat het een lieve lust was!

Bij een grote dauwdruppel liet de oude meester halt houden. Hij schaarde zijn leerlingen zodanig rondom de druppel dat de zon erop bleef schijnen en vroeg hen welke kleur de druppel had.

"Rood," zei de eerste.
"Oranje," zei de tweede.
"Geel," zei de derde.
"Groen," zei de vierde.
"Blauw," zei de vijfde.
"Paars," zei de zesde.
"Violet," zei de zevende.....


Ze stonden verbaasd over de verschillen en omdat ze allemaal zeker waren van de kleur die de druppel had, ontstond er bijna ruzie. Toen liet de oude meester hen enige keren van plaats wisselen. En heel langzaam drong het tot hen door dat, ondanks de verschillen in hun waarneming, ze toch allemaal de waarheid hadden gesproken.

Nadat er zo enige tijd verstreken was, liet de oude meester hen weer hun oorspronkelijke plek innemen. Maar omdat intussen de zon gedraaid was, kaatsten er weer heel andere kleuren terug vanaf de grote dauwdruppel. En de meester sprak:

"Hoe u de waarheid ziet, hangt af van de plaats en de tijd die u in het leven inneemt, zoals u daarnet een deel van het licht hebt gezien en dat voor de waarheid aanzag...

Laat uw medemensen in volle vrijheid hun eigen weg bewandelen, hun eigen plaats innemen en hun eigen deel van het licht waarnemen. U heeft allemaal waarheden nodig, want alle tezamen vormen zij het werkelijke spectrum als geheel; de volle waarheid...

Tot u zelf een van de groten bent geworden en de zeven kleuren als één kunt waarnemen, zal ieder afhankelijk van zijn situatie een ander standpunt innemen en de waarheid op een andere manier zien...

Wees daarom niet alleen tolerant, want dat is slechts het duiden van andermans mening, maar wees zelfs blij dat er andere meningen zijn. Zolang u zelf nog niet het volle licht kunt zien, heeft u uw medemens als medeleerling nodig om de volle waarheid te leren kennen."

19:13 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Roddelen

645BOERENHORIGENLIJFEIGENENindeMiddeleeuwen

Een boer die allerlei roddelpraat over iedereen vertelde kreeg spijt en vroeg aan de rabbi hoe hij boete kon doen.
Verzamel een zak vol kippenveren, ga daarmee het hele dorp door en leg op ieder erf bij elke deur een veer. De boer deed wat hem was opgedragen en vroeg aan de rabbi of hij daarmee genoeg had gedaan.
Nee, nog niet, zei de rabbi, nu moet je een zak nemen, langs al die huizen gaan en elke veer die je er hebt neergelegd weer oppakken en verzamelen. Maar dat is toch een onmogelijke opgave, protesteerde de boer. De meeste veren zijn al lang door de wind weggeblazen.
Toen antwoordde de rabbi, zo is het nu ook met jouw roddelpraatjes. Je spreekt ze zo gemakkelijk uit, maar hoezeer je het ook probeert, terughalen kun je ze niet.

12:55 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Op zoek naar de waarheid

Waarheid

Een leerling vroeg eens aan zijn meester, meester hoe hoog moet ik klimmen om de waarheid te vinden?
Zijn meester keek hem aan, en na een lange stilte zei hij, de waarheid is dichtbij je op de grond, maar je wilt je niet bukken om haar op te rapen.

 

12:44 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Eerlijk delen

Kalahari_botswana_safari-Leeuw

Er waren eens een leeuw, een ezel en een vos, die gezamenlijk op jacht gingen. Ze hadden succes en vingen een luipaard. De leeuw zei tegen de ezel: "Verdeel jij nu eerlijk de buit". En de ezel deelde scrupuleus nauwkeurig in drie gelijke delen, waarop de leeuw zo woedend werd, dat hij de ezel opat. Bleven over de leeuw en de vos. Zij gingen weer op jacht. Opnieuw hadden zij succes en 's avonds was er weer een luipaard gevangen. De leeuw zei tegen de vos: "Verdeel dat nu eens eerlijk". De vos hield één oortje voor zich en de rest kwam aan de leeuw. Toen zei de leeuw: "jij hebt goede manieren, wie heeft je dat geleerd?". "De ezel", zei de vos.

12:39 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Samen sterk

Hulsky%20bos%2C%20Jan%20Vink

Er was eens een man die drie zonen had. Tot groot verdriet van de man maakten de drie jongens altijd ruzie. Op een dag zei de vader, breng me zoveel takken als je kunt dragen! De jongens renden het bos in om takken te verzamelen en ieder kwam terug met een bos takken.
Neem nu ieder 1 tak zei de vader en probeer die te breken. Hartstikke makkelijk zeiden de jongens en ze braken hun stokken in twee.
Bind nu alle stokken met een touw samen zei de vader en probeer nu de hele bos takken te breken.
Ze probeerden het om de beurt, maar de takken die afzonderlijk zo gemakkelijk gebroken konden worden, waren samengebonden zo sterk als staal. Zie je zei hun vader, wat jullie met deze stokken doen kan ook met jullie gebeuren.
Wanneer je altijd alleen voor jezelf vecht, ben je alleen en kun je gemakkelijk aangevallen en gebroken worden.
Samen zijn jullie sterk, dat geldt voor stokken maar ook voor mensen.

 

12:32 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-12-08

Levensles

dyn007_original_498_337_pjpeg_2529177_61665554f78e4334ab3f5dd47c09b5db

Levensles

Mijn vriend trok de lade van de kast van zijn echtgenote open en haalde er een klein pakketje uit. "Dit is niet zo maar ondergoed", zei hij, "dit is lingerie". Hij maakte het pakje open en bekeek de zijde en het kant en vertelde toen het verhaal dat erbij hoorde. "De eerste keer dat wij naar New York gingen, acht of negen jaar geleden kocht ik dit voor haar. Ze heeft het nooit gedragen, ze wilde het bewaren voor een speciale gelegenheid, ik geloof dat dit wel het goede moment is."

Hij ging naar het bed en legde het bij de andere dingen die de begrafenisondernemers zouden meenemen. Zijn vrouw was zojuist overleden en terwijl hij zich naar mij toe draaide, zei hij: "Bewaar niets voor een speciale gelegenheid, iedere dag dat je leeft is een speciale gelegenheid". Als ik terugdenk aan deze woorden weet ik dat ze mijn leven veranderd hebben.

Tegenwoordig lees ik meer dan vroeger en maak ik minder schoon.
Ik zit op mijn terras en bewonder het landschap zonder aandacht te schenken aan het onkruid in de tuin.
Ik breng meer tijd door met mijn familie en mijn vrienden en minder tijd op het werk.
Ik heb begrepen dat het leven een geheel is van ervaringen om te waarderen.
Ik bewaar niets meer voor een speciale dag.
Ik gebruik de dure kristallen glazen iedere dag.
Ik draag mijn nieuwe jasje om naar de supermarkt te gaan, als ik daar zin in heb.
Ik bewaar mijn duurste parfum niet meer alleen voor hoogtijdagen.
De uitspraken als "ooit" en "binnenkort" probeer ik niet meer te gebruiken.
Als het de moeite waard is wil ik NU dingen zien horen en doen.

Ik denk dat ik wel weet wat de vrouw van mijn vriend gedaan zou hebben als zij had geweten dat zij er morgen niet meer zou zijn. Ik denk dat zij haar familie en intieme vrienden zou willen zien en misschien zou ze enkele oude vrienden hebben opgezocht om vrede te sluiten of zich te verontschuldigen voor een oude ruzie. Misschien was ze wel Chinees gaan eten omdat het haar lievelingseten was.

Het zijn de kleine niet gedane zaken die mij dwars zouden zitten als ik wist dat mijn uren geteld waren. Dat ik bepaalde vrienden niet meer heb gezien die ik "binnenkort" zou hebben opgezocht. Dat ik bepaalde fouten niet hersteld heb en oude ruzies niet heb uitgepraat. Dat ik de brieven die ik van plan was te schrijven niet heb geschreven. Dat ik niet vaak genoeg aan mijn dierbaren duidelijk heb gemaakt hoeveel ik van ze houd.

Nu probeer ik niets meer uit te stellen wat zou kunnen bijdragen aan het geluk in onze levens. Vanaf nu is iedere dag speciaal, elk uur, iedere minuut is bijzonder...

15:07 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Het verhaal van verdriet en hoop

dyn003_original_500_369_gif_2529177_fd83384b5da0a4400825e42d04ec9ef4

Er was eens een kleine vrouw die langs een stoffige veldweg kwam. Ze was wel al tamelijk oud maar haar loop was licht en haar lachen, had de frisse glans van een onbezorgd meisje. Bij een inééngekrompen gedaante bleef ze staan en keek naar beneden. Ze kon niet veel herkennen. Het wezen dat daar in het stof op de weg zat leek bijna figuurloos. Het deed haar denken aan een grauwe flanellen deken met menselijke vormen. Ze bukte zich en vroeg "Wie ben jij?"

Twee bijna levenloze ogen keken moe ophoog. "Ik? Ik ben het Verdriet." Fluisterende een stem stamelend en zo zacht dat ze het bijna niet kon horen. "Och, het Verdriet!", riep de kleine vrouw blij alsof ze een oude bekende begroette. "Je kent mij?" vroeg het Verdriet wantrouwend. "Natuurlijk ken ik jou. Steeds weer heb je mij een stuk weg begeleid". "Ja maar, stotterde het Verdriet, Waarom vlucht je dan niet voor mij?" "Waarom zou ik voor je vluchten, mijn liefje? Je weet toch zelf maar al te goed dat je elke vluchteling inhaalt. Maar wat ik je wilde vragen, waarom zie je er zo moedeloos uit?' "Ik... Ik ben verdrietig" antwoordde de grauwe gedaante met gebroken stem. De kleine oude vrouw ging naast haar zitten. "Je bent dus verdrietig" zei ze en knikte vol begrip met haar hoofd. "Vertel me eens wat jou zo bedrukt."

Het Verdriet zuchtte diep. Zou dit keer echt iemand luisteren? Dat had ze zich al zo vaak gewenst. "Ach, weet je, begon ze voorzichtig, het is zo. Niemand mag mij. Het is nu eenmaal mijn bestemming om onder de mensen te gaan en een tijdje bij ze te blijven. Maar als ik kom schrikken ze terug. Ze zijn bang voor mij en mijden me als de pest.".

Het Verdriet slikte hard. "Ze hebben spreekwoorden uitgevonden met welke ze me willen verbannen. Ze zeggen "Ach, het leven is een groot feest". En hun valse lachen leidt tot maagkrampen en ademnood. Ze zeggen "Geërgerd is datgene wat hard maakt". En dan krijgen ze hartpijnen. Ze zeggen "Je moet je maar bij elkaar houden" En ze voelen het getrek in de schouders en de rug. Ze zeggen dat alleen zwakkelingen huilen. En de opgekropte tranen doen hun hoofd bijna uit elkaar springen. Of ze verdoven zich met alcohol of drugs opdat ze mij maar niet hoeven voelen."

"Och ja, bevestigde de vrouw, zulke mensen ben ik al vaker tegen gekomen.'! Het Verdriet zakte nog verder in elkaar."En dat terwijl ik alleen maar de mensen wil helpen. Als ik heel dicht bij ze ben kunnen ze zich zelf ontmoeten. Ik help hen een nest te bouwen waar ze hun wonden in kunnen verzorgen." Wie verdrietig is heeft een erg dunne huid. Het leed breekt weer op als een slecht genezen wond en dat doet pijn. Maar alleen wie het Verdriet toe laat en alle ongehuilde tranen huilt, kan zijn wonden werkelijk genezen. Maar de mensen willen helemaal niet dat ik ze help. In plaats daarvan schminken ze een schelle lach over hun littekens. Of ze leggen een dik pantser over hun bitterheid heen." Het Verdriet zweeg.

Haar huilen was eerst zwak ,toen sterker en tenslotte erg vertwijfeld. De kleine, oude vrouw nam de in elkaar gedoken gedaante troostend in haar armen. Wat voelt ze warm en zacht aan, dacht ze en streelde zachtjes het bevende hoopje. "Huil maar, verdriet" fluisterde ze liefdevol. "Rust maar uit zodat je weer nieuwe krachten krijgt. Vanaf nu zal je niet meer alleen zijn. Ik zal je begeleiden zodat de moedeloosheid niet meer aan de macht is." Het Verdriet stopte met huilen. Ze ging rechtop zitten en bekeek haar nieuwe met gezellin verbaasd aan. "Maar.....maar.. wie ben jij eigenlijk?" "Ik?", vroeg de kleine oude vrouw grijzend, maar daarna lachte ze weer onbezorgd als een jong meisje, "Ik? ,ik ben de Hoop."

15:01 Gepost door Lucie in Moraal verhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |